De fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, Arie Slob, is blij met het feit dat zijn partij er binnen het kabinet voor heeft kunnen pleiten dat er ruimte moeten zijn voor Christenen die anders denken over homo’s.
Slob sprak met het Reformatorisch Dagblad in verband met het door die krant opgestelde plussen- en minnenlijstje met betrekking tot de deelname van de ChristenUnie aan het huidige kabinet. Dat lijstje maakte hem niet echt blij. Geïrriteerd is hij niet, wel enigszins geraakt. “Christelijke politiek is véél breder.”
Op de vraag of hij geen kromme tenen krijgt als hij minister Plasterk hoort pleiten voor sociale acceptatie van homoseksualiteit, antwoordt Slob: “Christenen zijn tegen discriminatie van homo’s en tegen het gebruik van geweld tegen hen. Als iemand homo is, dan past daar ook een zekere mate van acceptatie bij. Maar er moet ook ruimte zijn om anders te denken over de uitleving van de homoseksuele gerichtheid. En die blijft er, zo heeft ook Plasterk een en andermaal gezegd. Zonder de ChristenUnie was die ruimte ingeperkt, daar ben ik van overtuigd.”