De SP en GroenLinks bakkeleien stevig over de nieuwe voorgestelde Europese richtlijn, waarbij discriminatie op grond van handicap, leeftijd, godsdienst en seksuele voorkeur wordt tegengegaan.
GL-europarlementariër Kathalijne Buitenweg uitte vorige week in een opinieartikel haar verbazing dat de SP zich samen met rechtse partijen tegen deze nieuwe richtlijn had uitgesproken.
In een reactie daarop zegt haar SP-collega Kartika Liotard dat haar partij aan Europa geen zeggenschap wil uitbesteden over zeggenschap van de Nederlandse regelgeving ten aanzien van (homo-)discriminatie. "Elke vorm van discriminatie moeten we aan de kaak stellen. Homodiscriminatie in Polen los je echter niet op via nóg meer EU-regels: alle EU-landen onderschrijven antidiscriminatie, ook het voorbeeldland Polen. Ze zijn ook lid van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Maar we moeten die landen steunen om toleranter te worden, dat gebeurt niet als een Europese Commissie dat via sancties afdwingt. Voor de SP is dit niet de effectieve manier. GroenLinks moet eerst maar eens uitleggen waarom het beter is dat we onze zeggenschap over homodiscriminatie uitbesteden en daarmee het gevaar lopen af te zakken tot een Europees gemiddelde."
Buitenweg stelt daar vervolgens tegenover dat de SP de zaak wellicht verkeerd inschat. Aan Liotard schrijft ze: "Zou er een misverstand in het spel zijn? Je schrijft dat je de nationale zeggenschap over homodiscriminatie niet wilt "uitbesteden" omdat we daarmee "het gevaar lopen af te zakken tot een Europees gemiddelde". Die angst is onterecht. Lees artikel 6 van de voorgestelde richtlijn maar: "De uitvoering van deze richtlijn vormt onder geen beding een reden voor de verlaging van het in de lidstaten reeds bestaande niveau van bescherming tegen discriminatie".